Terug naar homepage

Bij pech of een ongeval zijn de eerste handelingen cruciaal voor de veiligheid van iedereen

Hebt u pech met uw auto of raakt u betrokken bij een aanrijding met lichte materiële schade, dan neemt u best eerst enkele voorzorgsmaatregelen alvorens u het probleem probeert op te lossen.

Denk in de eerste plaats aan uw eigen veiligheid en die van uw inzittenden. Trek onmiddellijk het fluo hesje aan dat verplicht in uw wagen moet liggen. Haal dan meteen uw passagiers weg van de rijbaan en zoek beschutting achter de vangrail aan de achterkant van de wagen. Statistisch gezien is de kans namelijk erg groot dat er binnen de 20 minuten wordt ingereden op een voertuig dat stilstaat op de pechstrook. Zoekt u beschutting achter de vangrail aan de voorkant van uw wagen, dan dreigt u eronder terecht te komen als er een andere wagen op inrijdt.

Kunt u uw auto nog verplaatsen, dan moet u hem eerst en vooral zo parkeren dat u het doorgaand verkeer niet belemmert. Dat is zelfs wettelijk verplicht, ook bij een ongeval, tenzij er gewonden zijn.

Bent u bang dat er bewijzen verloren gaan als u uw auto verplaatst, neem dan foto’s met uw telefoon of maak een filmpje. U kunt ook de plek van de voertuigen op de grond markeren met een stuk krijt als dat in uw auto ligt.

Kan uw auto niet meer verplaatst worden, schakel dan uw noodknipperlichten aan en plaats achter uw auto de gevarendriehoek die u in de koffer van uw wagen vindt. U bent verplicht er alles aan te doen om andere bestuurders te wijzen op gevaar. Doet u dat niet en gebeurt er daardoor een ander ongeval, dan kunt u verantwoordelijk gesteld worden.

Op de autosnelweg moet u de gevarendriehoek minstens 100 meter achter uw auto plaatsen. Op andere wegen neemt u een afstand van minstens 30 meter in acht. Kunt u die afstand vanwege de omgevingsfactoren niet respecteren, dan verkleint u die afstand of u plaatst de gevarendriehoek desnoods op uw auto.